Lees voor
Over Fier Weblog
Loverboys / Rijksbrede aanpak loverboyproblematiek
Geplaatst op 30-01-2012 door Linda Terpstra en Anke van Dijke (2 reacties)
In de aanloop naar het algemeen overleg over de Rijksbrede aanpak loverboyproblematiekdd. 31 januari 2012 – inclusief het vraagstuk van het ronselen van meisjes in jeugdzorginstellingen en het onderzoek van het Verwey Jonkers Instituut – willen wij het volgende onder de aandacht brengen.
AANBEVELINGEN (WAT IS NODIG?)
1. Verplichte registratie van loverboyproblematiek in de jeugdzorg en in de vrouwenopvang.
2. Erken dat slachtoffers van pooierboys/ loverboys gespecialiseerde zorg nodig hebben.
3. Zet waar mogelijk erkende en effectieve zorgprogramma’s in.
4. Garandeer dat slachtoffers van pooierboys gespecialiseerde zorg krijgen (nu ‘verdwijnen’ ze in jeugdzorg).
5. Draag zorg voor een beperkt aantal plaatsen in de gesloten jeugdzorg voor meiden die zich in een open setting niet kunnen handhaven.
6. Leg het accent op gespecialiseerde opvang- en behandelplaatsen in een open setting. Daar kunnen vormen van dwang en drang vorm en inhoud krijgen.
7. Maak het mogelijk dat bovenregionale of landelijke gespecialiseerde zorg wordt gefinancierd (vanuit veiligheidsoverwegingen moeten slachtoffers van loverboys in een andere regio worden opgevangen en behandeld dan de regio waar ze wonen).
8. Draag zorg voor structurele financiering van de Asja-plaatsen die nu nog incidenteel worden gefinancierd door de rijksoverheid. Draag zorg voor erkenning van Asja als landelijk werkende instelling.
9. Draag er zorg voor dat er adequate financiering komt voor de zorg aan slachtoffers van loverboys die – vanwege veiligheidsrisico’s - niet in hun eigen regio worden opgevangen en behandeld (jeugdzorg en GGz worden regionaal gefinancierd).
10. Faciliteer/verplicht intensieve samenwerking tussen zorg en justitie t.b.v. het verhogen van de aangiftebereidheid van slachtoffers; én het melden van kennis van delicten en andere relevante kennis voor opsporing en vervolging van pooierboys (kinderhandelaren/mensenhandelaren) door slachtoffers én hulpverleners/behandelaren.
ONDERBOUWING
Geen zicht op omvang - Er is geen zicht op de omvang van loverboyproblematiek bij instellingen voor vrouwen- of maatschappelijke opvang en jeugdzorg (Verwey Jonker Instituut). Er zijn echter aanwijzingen dat loverboy-problematiek op aanzienlijke schaal voorkomt in Nederland. De Inspectie Onderwijs meldde dat gemiddeld een kwart van de scholen voor voortgezet onderwijs aangeeft last te hebben van loverboys: 25% van de vmbo-scholen, 11% van de havo/vwo-opleidingen en 22% van de scholen voor voortgezet speciaal onderwijs. Internaten en JJI’s rapporteerden dat bij het overgrote deel van de geplaatste meisjes sprake is van (angst voor) loverboyproblematiek. Het is bekend dat slachtoffers van seksueel misbruik en gedwongen prostitutie door schuld- en schaamtegevoelens en door ambivalente gevoelens tegenover ‘hun’ loverboys (verliefdheid en angst) niet snel openheid van zaken geven. Daarom is het zorgelijk dat de jeugdzorg deze problematiek niet registreert. Het is van belang dat de jeugdzorg uiterst alert is op signalen van kinderhandel (loverboyproblematiek) en dit systematisch registreert. De kans is anders groot dat het gemist wordt. Het lijkt ons dan ook zinvol dat de minister de jeugdzorg verplicht om deze problematiek te gaan registreren.
One size fits all? - De United Nations, de Europese Unie en de Nationaal Rapporteur Mensenhandel pleiten voor gespecialiseerde zorg. De minister van Jeugd en Gezin gaf indertijd aan dat gespecialiseerde zorg niet nodig was: vraaggericht werken zou voldoende moeten zijn bij deze problematiek. Wat de minister vergeet is dat het hier om meisjes gaat die ernstig zijn getraumatiseerd door (seksueel) misbruik. Zij zijn meestal niet alleen misbruikt door loverboys en in de prostitutie maar ook al eerder in hun leven (incest, aanrandingen, (groeps)verkrachtingen). Uit dossieronderzoek van Fier blijkt dat 40% van de meiden zwanger is geweest; tweederde gebruikt soft drugs en een derde harddrugs; van 10% is bekend dat ze slachtoffer zijn van incest; 87% heeft eerder ambulante hulpverlening en tweederde residentiële hulpverlening gehad; meer dan de helft heeft zelfmoordgedachten en 1 op de 5 meiden heeft al eens een suïcidepoging gedaan; 70% heeft eetproblemen; 44% automutileert etc. Met andere woorden, het gaat hier om meisjes die zeer beschadigd zijn en die zonder adequate behandeling een hoog risico lopen om tienermoeder te worden, afhankelijk of verslaafd te raken van middelen; een persoonlijkheidsstoornis te ontwikkelen (zoals borderline problematiek) etc. Oftewel: langdurig zorg afhankelijk! Grijp waar mogelijk snel en adequaat in middels adequate behandelprogramma's om ook in toekomst erger te voorkomen.
In de jeugdzorg wordt gewerkt met algemene behandelprogramma’s (one size fits all) waarbij rekening wordt gehouden met de specifieke problematiek van individuele jongeren (vraaggericht werken). Dit is niet toereikend voor deze doelgroep: een doorsnee professional in de jeugdzorg is onvoldoende toegerust om adequate hulp te bieden bij de hiervoor geschetste problematiek. Daarom is gespecialiseerde zorg en een specifiek zorgprogramma noodzakelijk. dit werkt op termijn kostenbesparend! Uitgangspunt moet zijn: meer voor minder.
Samenwerking zorg en justitie - Laat u inspireren door het motto “Niet dweilen met de kraan open”. Met andere woorden, uitgangspunt is dat we iedere loverboy ‘pakken’. Slachtoffers van loverboys hebben kennis van delicten, die in het pooierboy-, kinderhandel-, mensenhandel- en of het criminele circuit plaatsvinden. Daarnaast hebben ze kennis van andere – voor opsporing, aanhouding, vervolging en berechting - relevante zaken, zoals namen, adressen, auto’s, nummerborden, wapenbezit en drugshandel. Het is van belang om het doen van aangifte zo kindvriendelijk mogelijk te maken. Het is van belang dat vanuit de zorg slachtoffers worden gestimuleerd om aangifte te doen. Als een slachtoffer dat niet wil, kan ingezet worden op het melden van relevante zaken via Meld Misdaad Anoniem i.h.k.v. de ‘stapelmethode’. Zowel slachtoffers als professionals zouden moeten melden bij Meld Misdaad Anoniem. Daarnaast moeten politie, justitie en de rechtelijke macht voldoende gefaciliteerd zijn om deze zaken op te pakken en af te handelen. In het verlengde hiervan is intensieve samenwerking tussen zorg, politie en justitie noodzakelijk.
Zorgprogramma Asja = erkende interventie - Het zorgprogramma Asja (residentiële zorg) is specifiek ontwikkeld voor slachtoffers van loverboy’s. Het zorgprogramma Asja is erkend als voorlopig in theorie effectief door de erkenningscommissie interventies van het Nederlands jeugd Instituut (NJI), het RIVM en het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid (NCJ).
- De meiden komen niet in aanraking met jongens (niet in de leefgroep en niet op school) omdat ze bij opname nog te kwetsbaar zijn voor de verleidingstechnieken van de pooierboys of hun handlangers; onvoldoende weerbaar zijn voor grensoverschrijdend gedrag en verkrachtingen; en zelf nog te veel van de aandacht van jongens afhankelijk zijn (verwarren seks en intimiteit).
- Meiden in de leeftijd van 13 t/m 23 jaar komen in aanmerking voor opname. Juist bij loverboyproblematiek is het van belang om ook jongeren in de leeftijd van 18 t/m 23 jaar gespecialiseerde zorg te bieden en niet alleen te focussen op minderjarigen (in de jeugdzorg is de leeftijdsgrens 18 jaar).
- Jeugdzorg neemt meiden van 17 jaar en ouder vaak niet in behandeling omdat zij al bijna 18 zijn en ze dan geen recht meer hebben op jeugdzorg. Loverboys hebben het vaak juist gemunt op meiden van 16 à 17 jaar (vanaf 18 jaar is prostitutie legaal).
- In jeugdzorgplus voorzieningen worden deze meiden vaak nog opgesloten. Juist voor meiden die voortdurend in de gaten werden gehouden en/of opgesloten werden door pooierboys is dit doorgaans geen goed behandelklimaat. Het zorgprogramma Asja sluit meiden niet op en heeft alternatieven ontwikkeld die net zo adequaat zijn voor de veiligheid en bescherming van de meiden. Onze ervaring is dat de meeste meisjes niet opgesloten hoeven te worden als er sprake is van een gespecialiseerd zorgprogramma, toegesneden op hun problematiek.
- Voorwaarde voor een open setting is dat meiden in een andere regio dan waar ze wonen, moeten worden opgevangen omdat de kans anders te groot is dat ze met hun pooierboys of het criminele circuit (de handlagers) in contact komen.
- Slachtoffers loverboys hebben naast orthopedagogische behandeling (jeugdzorg) ook behandeling nodig voor PTSS (GGz). Asja biedt integraal orthopedagogische behandeling en kinder- en jeugdpsychiatrie.
- Asja biedt gespecialiseerde zorg voor dezelfde prijs als de algemene behandelprogramma’s in de jeugdzorg.
- Inzetten op aangiften opdat de daders ook daadwerkelijk opgepakt en veroordeeld kunnen worden!
Expertisecentrum - Fier Fryslân is een expertisecentrum op het terrein van loverboyproblematiek, kinderhandel en mensenhandel. In 2011 heeft Fier Fryslân 201 nieuwe slachtoffers in de leeftijd van 13 t/m 23 jaar in zorg genomen: 117 slachtoffers van loverboys (waarvan 87 residentiële hulp kregen) en 84 buitenlandse slachtoffers mensenhandel (waarvan 28 residentiële hulp kregen).
De kanttekening is op zijn plaats dat slachtoffers die voor 2011 in zorg zijn genomen en waarvan de hulpverlening in 2011 doorliep niet in deze cijfers zijn meegenomen.
Met vriendelijke groet,
Linda Terpstra - voorzitter Raad van Bestuur
Anke van Dijke - lid Raad van Bestuur
« Naar overzicht
Laat een reactie achter:
Eén of meer velden zijn niet (juist) ingevuld. Deze velden zijn
aangegeven in het rood. Vul het formulier aan.