Lees voor

Karima

Karima
De van oorsprong Irakese Karima (15) heeft een paar angstige maanden achter de rug. Ze is door haar vader ontvoerd naar Irak en daar bij familie achtergelaten. Op eigen houtje is ze naar Nederland teruggekomen. Karima was 9 jaar toen ze met haar ouders en twee jongere zusjes in Nederland kwam wonen. Al snel leerde ze de taal en kon ze goed meekomen op school. Ze merkte aan haar vader dat hij iets tegen de Nederlandse cultuur had. Hij wilde niet dat zijn dochter te westers ging denken en liet dat regelmatig met harde hand blijken.
 
Op reis
Op een dag riep Karima’s vader haar bij zich. ‘Hij vertelde dat hij me wilde meenemen op reis naar Irak. Dat leek me wel leuk, want ik wilde mijn familie graag weer eens zien. Mijn vader wilde niet wachten tot ik vakantie had en besloot dat we vrijwel direct weggingen. Ook mocht ik er met niemand over praten.’
Ze vond het heerlijk om haar oma weer te zien. ‘Het was eerst ook wel een leuke vakantie, tot mijn vader zei dat hij weer terug ging naar Nederland en mij zou achterlaten. Ik begon te huilen en zei dat ik mee terug wilde. Maar hij werd boos en sloeg me. Hij vertrouwde het niet als ik weer terug ging naar Nederland. Ik was volgens hem veel te vrij. In Irak mag een vrouw zelfs niet zonder man op straat lopen en dat leek hem een stuk veiliger. En dus vertrok hij, zonder mij mee te nemen.’
 
Vluchten
Karima leefde een paar weken in het huis van haar oma. Het voelde alsof ze opgesloten zat. Ze besloot een plan te bedenken om te ontsnappen. ‘Als ik bij de Nederlandse ambassade zou komen, was ik weer veilig. Ik ben het huis uitgevlucht en heb van mijn gespaarde geld een taxi genomen naar Bagdad. Daar heeft een man me geholpen om de ambassade te vinden.’
De ambassadeur is uiteindelijk met Karima meegereisd naar Nederland. Ze kwam al vrij snel bij Zahir terecht. Zahir biedt op een geheime locatie opvang voor slachtoffers van eergerelateerd geweld. De meiden krijgen een leer- en behandelprogramma aangeboden en als de situatie dat toelaat, wonen ze vervolgens een tijdje in het zogenoemde leerhuis voor ze zelfstandig gaan wonen.
‘Ik ben heel blij dat het hier veilig is. Ik hoop dat het straks ook veilig genoeg is om weer naar school te gaan. Mijn begeleiders van Zahir beoordelen wat wel en niet kan. Ik denk niet dat er nog bemiddeld kan worden tussen mijn vader en mij. Maar misschien kan ik mijn moeder en zusjes ooit weer opzoeken.’