Lees voor

Joris

Joris

De ouders van de tienjarige Joris hebben een tijd vele ruzie gemaakt. Ze schreeuwden hard en sloegen en schopten elkaar vaak tijdens hun ruzies. Joris verstopte zich vaak onder zijn dekbed en stopte zijn vingers in de oren om maar niks te horen. Hij was bang dat de ruzie een keer uit de hand zou lopen.Zelfs toen zijn ouders uit elkaar waren en het geweld in huis stopte, had hij nog last van die angstgevoelen. Als hij met vriendjes speelde, werd hij snel boos om niks. Ook voelde hij zich vaak verdrietig en maakt hij steeds minder plezier.

Hij sliep slecht en toen zijn moeder ernaar vroeg, vertelde hij dat hij die nare ruzies steeds voor zich zag. Joris’ moeder is met hem naar de huisarts gegaan en die verwees hen naar het Kinder- en Jeugdtraumacentrum van Fier Fryslân (KJTC-F). Na gesprekken met een hulpverlener bleek dat Joris een trauma had overgehouden aan die gewelddadige tijd. Hij kwam in een kinderbehandelgroep terecht voor kinderen van 8 tot 12 jaar, die ook geweld in het gezin hadden meegemaakt. Zijn moeder kreeg ouderbegeleiding in een groep.
Over de periode in de kinderbehandelgroep zegt hij: ‘In de groep gingen we spelen, tekenen en praten over de nare ruzies. Hier mocht ik mijn verhaal vertellen. Vroeger durfde ik dat niet. Maar ik durf nu veel meer en ben ook niet meer zo bang. Ik voel me nu veel vrolijker. Ik ben nog wel eens boos, maar niet meer zo erg. En wat ik het fijnst vind, is dat ik veel minder aan de nare ruzies denk.’