Lees voor

Irene is moeder van een loverboyslachtoffer:

 ‘Waar was ik al die tijd?’

 ‘Jenny was een vrolijk, spontaan en sociaal kind. Tijdens de tien minutengesprekken op de basisschool waren we altijd binnen een paar minuten klaar; het ging gewoon goed met haar. Eind groep acht veranderde dat. Jenny kwam met zichzelf in de knoei. Ze vond zichzelf dik en lelijk, en dat uitte zich in baldadig gedrag en een grote mond.

Toen ze in de eerste klas van het voortgezet onderwijs zat, kregen we een telefoontje van school. Er was iets flink mis. Jenny bleek drugs te gebruiken: GHB en speed. We wilden het eerst niet geloven, zo verbaasd waren we. Onze Jenny? Dat kon bijna niet. Ze was pas dertien! Zelf waren we een leek op het gebied van drugs en dus zijn we met haar naar de GGZ gestapt. Dat loste echter weinig op, we konden geen vinger krijgen achter de onderliggende problemen. Dat ze op dat moment al in handen was van een loverboy, hadden we nooit kunnen bedenken. Jenny kwam altijd met heel plausibele verhalen, was altijd op tijd thuis en bleef geen nachten weg. We vertrouwden haar volledig.

Maar de problemen bleven. En dus bleven wij zoeken naar de waarheid. In de derde klas, kreeg ze een mentor via Fier Fryslân.  Met haar had Jenny veel gesprekken, maar ook daarin liet ze niet het achterste van haar tong zien. Jenny hield haar poot stijf: er was niets met haar aan de hand, hield ze vol. Maar er moest meer zijn.  We hadden op een gegeven moment wel vermoedens, maar konden niets hard maken. Ook de wijkagent, die in die tijd veel bij ons langs kwam, wist bijna wel zeker dat er meer speelde. ‘Ze wordt onder druk gezet’, opperde hij een paar keer. We zijn nog met Jenny naar het politiebureau geweest, waar ze een heel heftig verhoor onderging, maar er kwam niets uit. Alleen maar onzinverhalen.’

Schuldgevoel
‘Al met al heeft het daarna nog een jaar geduurd voordat we erachter kwamen wat er werkelijk speelde, één dag vóór haar zestiende verjaardag. Haar mentor, op wie ze stapelgek was, vertelde dat ze niets meer voor Jenny kon doen en daarom ging vertrekken. En toen knapte er iets bij Jenny. Eindelijk kwam het hoge woord er uit: ze was in handen van een loverboy. Die klap kwam hard aan. De machteloosheid die we voelden als ouders… Je wilt zo graag dat alles anders is, maar dat is het niet. Je kunt helemaal niets. Je krijgt moordneigingen. En een heel groot schuldgevoel. Je bedenkt je keer op keer: Hoe heb ik dit in vredesnaam niet kunnen zien? Hoe heeft dit kunnen gebeuren? In mijn gezin, met mijn kind. Nu nog denk ik constant: waar was ik? Waarom wist ik het niet? En dat weet ik tot op de dag van vandaag niet. Wat ik inmiddels wél weet is dat Jenny prachtige verhalen kon ophangen en enorm goed kon liegen. Ze is al die jaren heel geraffineerd te werk gegaan.

Er was altijd overal wel een verklaring voor. Kwam ze met allemaal verwondingen thuis, dan was ze van de fiets gevallen. En haar vriendin stond ernaast en beaamde het verhaal. Achteraf blijkt dat ze die dag vreselijk mishandeld is. Als ze vroeg of ze bij een vriendin mocht slapen, kwam ze met die zelfde vriendin slaapspullen bij ons thuis ophalen. Haar vriendinnen zaten in het complot; ze kregen de instructie om mee te liegen. Ik heb de film zo vaak teruggedraaid, maar ik kan niet ontdekken waar ik het had moeten zien. Wannéér?, denk ik dan. Wanneer zijn al die dingen gebeurd? Ik snap het niet.

Het complete verhaal zal ik nooit te weten komen. Dat hoeft ook niet. Ik hoef niet tot in detail te weten wat er allemaal met mijn dochter is gebeurd. Het zou me gek maken. Ik zou niet weten wat ik er mee aan zou moeten. En ik weet ook niet of ik alles zou geloven. Jenny heeft zoveel jaren tegen ons gelogen. Nu nog twijfel ik wel eens aan haar verhalen. Dan vertelt ze ons dingen en dan denk ik: ik weet het niet. Ze kunnen zo goed liegen. Zelfs nu nog komen er leugens van toen aan het licht. ‘Weet je mam, van toen en toen’, vertelt ze me dan. ‘Dat was gelogen.’’

Andere wereld
‘Vanaf het moment dat het duidelijk was dat Jenny in handen was van een loverboy, leefden we in een compleet andere wereld. Ons gezinsleven stond totaal op z’n kop. We wilden Jenny naar een anonieme opvang brengen, maar ze zat vlak voor haar eindexamen en dus besloten we dat ze dat nog moest afmaken. Dat was een heel enge periode, niet alleen omdat haar pooier steeds op haar stond te wachten, haar bedreigde en haar haren afknipte, maar ook omdat Jenny’s gevoel voor hem er nog altijd was. De school heeft er toen voor gezorgd dat ze een buddy kreeg en toen ging het goed. Ze haalde haar diploma en vlak daarna ging ze naar Asja.

Het afscheid was verschrikkelijk. Ineens moesten we onze dochter achterlaten bij vreemden. Wij hadden niet langer het zicht op haar. Wisten niet precies waar ze zat, want zelfs voor de ouders blijft het adres van de opvang geheim. Vreselijk. ‘Het is mijn dochter’, denk je dan. ‘Ik heb het recht om te weten waar ze is.’ Maar voor de veiligheid is het beter om niets te weten. Het eerste halfjaar was heel pittig, zowel voor Jenny als voor ons en haar broertje. ’s Nachts sliepen we niet, bang dat Jenny zou weglopen. Overdag was er de rust dat ze in goede handen was, maar ook de twijfel en het schuldgevoel.’

Verwijten
‘De reacties die we van buitenaf kregen waren heel uiteenlopend, van begrip en medeleven tot totale onbegrip en verwijten. En het is heel raar: de mensen van wie we dachten dat ze het wel zouden begrijpen, waren negatief, en andersom. We zijn vrienden kwijtgeraakt. Mensen die ons slechte ouders vinden. Ook krijgen we vaak te horen: ‘Je pakt die klootzak toch die dit heeft gedaan? Waarom doen jullie niets?’ Was het maar zo simpel. Gelukkig krijgen we ook veel steunbetuigingen. Er bellen zelfs wildvreemden bij ons aan om te zeggen hoe vreselijk ze het vinden. Wat ik daar van moet vinden, weet ik niet. Ik denk dat ze gewoon nieuwsgierig zijn.  

Wat me nog het meest steekt, is dat we achteraf van verschillende mensen te horen hebben gekregen dat ze wisten dat Jenny in de problemen zat. Vrienden van ons die wisten dat ze drugs gebruikte, bijvoorbeeld. Waarom zijn ze nooit bij me geweest? Waarom hebben ze ons niets verteld? Dat zijn dingen die ik niet kan begrijpen.

Jenny zelf verwijt ik helemaal niets. Ik kan me voorstellen dat je in zoiets verstrikt raakt als jonge meid. Het sluipt erin zonder dat je het zelf door hebt. Het overkomt je. Wat ik echter minder goed begrijp is dat ze ons al die tijd niet in vertrouwen heeft genomen. Ze is mishandeld, misbruikt en bedreigd. Waarom heeft ze ons dat niet eerder verteld? Misschien wel omdat ze zelf niet helemaal goed besefte waarin ze was terechtgekomen. Vóórdat haar verhaal aan het licht kwam, zagen we een documentaire over loverboys. We zaten er met z’n drieën naar te kijken; Jenny, mijn man en ik. ‘Wat ben je voor ouders als je dát met je dochter laat gebeuren’, zeiden we nog tegen elkaar. ‘En dat je dáár in trapt’, zei Jenny. ‘Wát een onnozele meiden.’ Een half jaar later wisten we dat Jenny ook slachtoffer was. We zaten met z’n allen in precies hetzelfde verhaal als op televisie, maar we zagen het niet. Ook Jenny zelf niet. Toen ze net in Asja (opvangvoorziening voor loverboyslachtoffers, Red.) zat, werd haar gevraagd waarom ze daar was. Haar antwoord: Ik geloof dat mijn ouders denken dat ik een beetje te veel seks heb. Het was voor haar heel lastig om in te zien dat haar vriend een loverboy was. Ze hield zo verschrikkelijk veel van hem en ze heeft heel lang gedacht hij ook van haar hield. Eigenlijk ben ik nog steeds bang dat ze nog van hem houdt… Drie maanden geleden is het haar pooier gelukt om via msn weer contact met haar te zoeken en daar is ze op ingegaan. Dat vind ik zo erg. Ik begrijp het niet. Hoe kun je contact willen met iemand die je zo misbruikt en mishandeld heeft? Die verslaving naar hem blijft.’

Aangifte
‘We zijn nu bijna een jaar verder en het gaat goed met Jenny. Ze is door een heel diep dal gegaan, met stemmen in haar hoofd, een zelfmoordpoging en noem maar op. Maar ze is er bovenop gekrabbeld. Zo langzamerhand wordt ze weer de oude. Toch is deze nachtmerrie nog niet ten einde. Zodra de EMDR therapie die ze nu volgt is afgerond, komt het proces van aangifte. In het begin vonden wij het heel belangrijk dat ze aangifte tegen haar pooier zou doen omdat we wilden dat hij gestraft wordt voor zijn daden. Het is de omgekeerde wereld: haar pooier loopt vrij rond, terwijl zij zich moet verstoppen. Nu is die aangifte voor ons van ondergeschikt belang. We hebben geïnformeerd hoe zoiets in z’n werk gaat en het is heel pittig. Als blijkt dat het niet goed is voor Jenny, dan maar niet. Haar welzijn is belangrijker.

Of ons leven ooit weer normaal wordt? Dat hangt van Jenny af. Ze is nog altijd op zoek naar sensatie, dat zit er nu eenmaal in. Dus daar zullen we goed op moeten letten. Jenny wil heel graag naar huis, maar voorlopig is dat geen goed idee. Haar netwerk zit te dicht in de buurt en het is nog maar de vraag of ze nu al weerbaar genoeg is. Ik zou haar dolgraag thuis willen hebben, maar het jaagt me ook angst aan. Als ze thuis is, gaat ze er weer alleen op uit. Alleen op de fiets. En ik zie het al gebeuren: ik ga erachteraan in de auto. Overal, waar ze ook gaat.’