Lees voor

Anita

Anita
'Ik leerde Hans kennen toen ik 21 was. Het was liefde op het eerste gezicht. We waren ontzettend verliefd en ik kon me geen leuker vriendje voorstellen. Twee jaar later gingen we trouwen en al snel raakte ik in verwachting. Toen ons zoontje Tim net geboren was, veranderde er iets in onze relatie. Hij reageerde vrij bot op mij en begon me steeds vaker af te snauwen. Dat werd erger en erger. De eerste klap kan ik me nog goed herinneren. Hans kwam ’s avonds thuis na het werk en ik vroeg hem of hij Tim, die aan het huilen was, even wilde oppakken aangezien ik aan het koken was. Ik weet niet wat er met hem gebeurde, maar hij werd woest. Hij begon me uit te schelden en brulde dat ik niet zo aan zijn kop moest zeuren. Toen ik daar boos op reageerde, was dat de druppel. Hij kwam naar me toe en gaf me een vuistslag in mijn gezicht. Terwijl ik op de grond viel, hoorde ik hem nog roepen dat hij spijt had met zo’n nietsnut getrouwd te zijn. Behalve de pijn was ik vooral in shock. Hoe kon mijn man dit doen?’
 
Spijt
‘Hans stormde daarna naar buiten. Een uur later hoorde ik hem weer binnenkomen. Met rode ogen van het huilen stond hij voor me. Hij vertelde dat het hem speet en dat hij geen idee had waar dit vandaan kwam. Hij vroeg me hem te vergeven en beloofde dat hij het nooit meer zo ver zou laten komen.
Hoewel ik vreselijk kwaad was, geloofde ik hem. Hij was moe geweest en moest nog wennen aan het vaderschap. Had ik toen maar sterk genoeg geweest om stappen te zetten. Want helaas, het bleef niet bij die ene keer. Elke keer dat hij geïrriteerd was of moe, reageerde hij dat af op mij. Soms bleef het bij schelden, maar vaak gebruikte hij fysiek geweld. Al snel leerde hij dat hij beter van mijn gezicht af kon blijven, omdat een blauw oog vragen opriep. Dus werden het vooral stompen en trappen in mijn buik en rug. Dit ging jaren zo door. Ik ging steeds meer op mijn tenen lopen om hem maar niet te irriteren. Niet dat dat veel uitmaakte overigens.
Waarom ik niet bij hem weg ging? Het klinkt misschien raar, maar als Hans na afloop vertelde dat het hem speet, zag ik in zijn ogen dat hij het meende. En ik bleef maar hopen dat het slaan op een dag zou stoppen. Op sommige dagen kon hij heel lief en zorgzaam voor me zijn. Dan hadden we lol en trokken we er op uit met Tim. Dat was zo genieten, dat ik Hans echt niet kon haten en de hoop bleef.’
 
Wakker
‘Tot hij te ver ging. Hij was een avond op stap geweest met vrienden en kwam ’s nachts helemaal opgefokt thuis. Hij stond met dubbele tong te schreeuwen in de slaapkamer en voor ik het wist begon hij me te slaan, te stompen, te schoppen… Met een woede die ik nog niet eerder had gezien. Ik was echt bang dat hij me zou vermoorden. Hij sloeg net zo lang door tot ik bewusteloos was.
Hoe lang ik daar gelegen heb, weet ik niet. Toen ik bijkwam, deed mijn hele lijf pijn. Ik strompelde naar de badkamer en schrok van mijn gezicht. En op de één of andere manier schrok ik ook wakker. Zo goed en kwaad als het ging pakte ik wat spullen en haalde Tim uit bed. Hans lag te slapen op de bank en we konden zonder dat hij het merkte vertrekken. Ik belde aan bij mijn zus, die me meteen meenam naar de Spoedeisende hulp in het ziekenhuis. Vrij snel daarna heb ik aangifte gedaan en de politie verwees me door naar het Blijf-van-mijn-lijfhuis van Fier Fryslân. Hier kwam ik tot rust en kon het verwerken beginnen. Ik zit hier nog middenin, maar ben trots op mezelf. Na al die jaren heb ik uiteindelijk voor mezelf gekozen en dat is de beste beslissing die ik had kunnen nemen.’