Lees voor
Amela
'Ik ben een meisje van 18 jaar. Toen ik nog thuis woonde deed ik het heel goed op school, ik was met MBO bezig.
Ik had het helemaal niet naar mijn zin thuis. Voelde me niet op mijn gemak bij mensen die alles voor mij betekende.
Wie ik wel kon vertrouwen waren mijn nichten. Ik kon alles aan hen vertellen, hoe ik me voel, en hoe ik over bepalende personen denk. Ik dacht dat ze dat ook zo voelden. Tenminste dat zeiden ze.
De ellende begon toen ik 13 jaar werd. Ik werd natuurlijk ook daarvoor geslagen maar dat was eerder een tikje meer niet. Ik werd dan om de kleinste dingen geslagen, bijv. als ik niet goed had gekookt kreeg ik zonder een waarschuwing een klap of als ik laat thuis kom, kreeg ik ook een klap. Ik kreeg meestal klappen van mijn broers en mijn moeder keek dan gewoon toe net of ze een film aan het kijken was. Soms sloeg ze mij ook.
Mijn vader heeft mijn geestelijk mishandeld. Hij zei dingen waar ik op het gegeven moment dacht het waar was wat hij allemaal zei. Je bent een waardeloos, was je maar nooit geboren, je bent een mislukkeling, je kan helemaal niks, je bent nergens goed voor. En als je dat zovaak hoort ga je dat ook geloven dat je helemaal niks waard ben en dat je maar nooit was geboren. Het was zo erg dat ik ook een tijdje niet meer in mezelf geloofde.
Op school kan ik mezelf zijn. Hoe? Door het knopje om te draaien.
Voor dat ik naar school ga verberg ik al mijn blauwe plekken door lange kleren aan te doen of door foundation te smeren op bepalende plekken op mijn gezicht. Ik vraag me nog steeds af waarom. Waarom ze mij zo hebben behandeld. Op school ging het op het gegeven moment ook slecht, slechte cijfers, geen concentratie, was ook heel erg afwezig. Soms viel ik in de klas gewoon in slaap. Een keer ging het mis op school. Mijn hele lichaam deed zo zeer dat ik niet meer goed kon nadenken. En mijn lerares had dat blijkbaar in de gaten en greep mij bij mijn boven arm en ik werd weer wakker in het ziekenhuis. De arts die naast mij stond vertelde mij wat ze hebben gedaan toen ik hoorde dat ze foto van mijn lichaam hebben genomen, raakte ik in paniek. Nee, geen foto’s dacht ik nu weten ze het.
De arts vertelde dat ik het niet hoefde te vertellen wat er thuis aan de gang was dus ik heb het ook niet verteld. Daar heb ik nu spijt van. Als ik het had vertel was ik misschien eerder van huis weg. Ik zag mijn lerares bij de deur staan, ik kon haar niet in de ogen kijk ik schaamde zo diep.
Ik ben ook een tijdje verslaafd aan medicijnen geweest zoals slaappillen, paracetamol, en ook aan medicijnen die je rust geven. Ik heb ook andere pillen geslikt die van mijn vader waren. Als ik die pillen slikte voelde ik helemaal niks meer en herinner ik me ook niks meer de volgende dag.
Ik heb er zovaak over nagedacht om zelfmoord te plegen. Dus ik dacht aan een overdosis. Ik hield veel van mijn kleine zusje en dat heeft mij tegengehouden. En daar ben ik heel dankbaar voor.
Dus ik besloot weg te lopen. Ik belde mijn vriendin op en vertelde haar wat er aan de hand was. Ze zei dat ik altijd welkom ben. Zodra ik bij haar was voelde ik me zo rot. Ik bleef een week bij haar. Op een dag werd ik op gehaald door mijn nicht en haar man. We zijn eerst naar mijn nicht haar huis geweest. Ze legde eten klaar maar ik kreeg niks door mijn keel, dus ik at ook niet. Had alleen maar wat die gekke gedachten in mijn hoofd. Ik werd er helemaal gek van. Wat nou als ze wat in dat eten heeft gegooid?
Ik vertrouwde helemaal niemand meer.
Toen ze klaar was met eten werd ik naar mijn zus gebracht.
Ik had helemaal geen zin in haar zielige gedoe. Zodra ik binnen was keek ze me alleen droevig aan. Er was nog een tante en nog een nicht. Ze omhelsden me. Ik had hun alles verteld over wat ik heb gedaan toen ik weg was gelopen. Ze dachten dat ik naar een jongen was gegaan. Toen hoorde ik iets waardoor ik gewoon helemaal stijf werd. Mijn ouders en mijn broers waren bij mijn zus. Ik kreeg geen adem meer en begon te trillen. Ze kwamen bij me en zeiden dat ze niet wisten dat het zo erg was. Ik dacht, waar hebben ze het over. Ze hadden mijn brief gelezen. Brief? Waarom herinner ik me niks meer van?
Ik voelde me heel erg warm worden. En voor ik het wist werd ik wakker in het ziekenhuis. Er werd mij verteld dat ik flauw ben gevallen. Een vrouwelijke arts kwam naar me toe. En die wilde alles weten. Dus ik heb alles aan haar verteld, maar ook weer niet alles. Ze vroeg of ik daar weg wilde gaan. Het leek net of ik geen controle over mijn lichaam meer had. En zei nee. Als ik daar aan terug denk, vraag ik me af waarom ik nee zei.
En ging met mijn familie naar mijn broers huis en bleef daar een paar dagen.
Toen vond mijn broer dat langs iedereen moest gaan om mijn excuses aan moet bieden. Waarom? Dus ik deed wat hij zei. Toen ik langs mijn broers en mijn zussen was geweest, waren mijn ouders aan de buurt. Ik durfde mijn vader niet aan te kijken. Mijn vader was afgevallen. Ik vond het zo erg voor mijn vader, hoe kan ik hem zoiets aan doen dacht ik. Mijn vader zag me staan en liep naar me toe en dat was de eerste keer dat hij mij omhelsde. En zei woorden die ik nooit eerder van hem had gehoord. Het verbaast me gewoon dat mijn vader zei dat hij van me houdt.
Mijn moeder had wallen onder haar ogen en ook afgevallen. Begon te huilen toen ze me zag. En vroeg waarom ik dat gedaan en vroeg ook waarom ik die brief heb geschreven en al die gedichten. Voel je je echt zo, vroeg ze. Ik wil de brief lezen want ik herinner me niks meer van een brief die ik zou hebben geschreven. En ze haalde de brief te voor schijn. Het waren drie vellen helemaal vol geschreven. Toen ik begon te lezen herinner ik me het weer.
Ja, ik voel me zo ja, zei ik. Als je wilt praten, moet je gewoon naar mij toe komen. Zei mijn moeder. Het heeft geen zin want je begrijp mij toch niet.
Paar dagen later….
Wil je bij mij slapen? vroeg mijn schoonzus. Ik keek mijn broer aan en hij glimlachte. Mijn kinderen missen jou. Dus ik ben maar bij mijn schoonzus gaan slapen. Maar waarom vroeg ik. We gaan jouw kamer verven. Oh… zei ik. Oké. Eenmaal thuis zag ik van buiten dat ze mijn kamer hebben geverfd, niet mijn kleur maar goed. Eenmaal binnen mijn slaapkamer zag ik dat ze nieuwe spullen voor me gekocht hadden.
Heel erg leuk allemaal…NIET! Vooral niet als ze het allemaal hebben gekocht met jou geld! Het ging een allemaal heel goed tot dat mijn zus het weer moest verpesten. Ze kwam naar mij toe en zei dat ze een roddel heeft gehoord over mij, dat ik zwanger blijk te zijn. Hoe kunnen ze nou een roddel geloven in de plaats van haar eigen zusje? Nee, ik ben niet zwanger. Mijn zus wilde dat controleren en was dreigend dat mijn broer me zou vermoorden als ik geen maagd zou zijn.
Nooit ben ik bedreigd met de dood. Mijn ouders waren op dat moment op vakantie. Ze stond op en liep weg. Ik was helemaal in paniek. Ben naar de huisarts geweest en heb verteld wat er aan de hand was. Ze gaf me een kaart waar een telefoonnummer en de naam van een opvang huis want bedreigingen met de dood gaat te ver, zei ze.
Dat kan ik niet doen, zei ik tegen mezelf. Ik bedankte de huisarts en liep haar kantoor uit. Onderweg naar huis heb ik de kaart verscheurd en weggegooid. Ik ben al eerder weggelopen en ik heb gezien wat ik mijn familie aan heb gedaan. En dat wil ik niet nog een keer doen. En dacht weer aan zelfmoord. Terwijl ik daar aan dacht, voelde ik iets in mijn broekzak trillen. Nee, He niet weer. Ik keek naar mijn telefoon en zag dat het mijn vriendin was. Ik nam op. En deed net of er niks aan de hand was. Maar daar trapt zij niet in. Ze wist gewoon waar ik aan dacht. En zei, flik het niet en als je het doet, dan laat je hun winnen. Maar ze hebben al gewonnen zei ik. Kies voor jezelf zei ze. En ik hing op.
Zodra ik thuis was hoorde ik de deur open gaan en ik draaide me om en zag mijn zus kwaad naar mij toe lopen. ze begon me te slaan. Nee, ik houd het hier niet meer vol! En uit niks zag ik mijn schoonzus. Ze trok aan mij arm ze sleepte mij naar mijn ouders slaapkamer en daar heb ik 4 dagen zonder eten en drinken gezeten.
Later kon ik toch nog een paar kleren pakken en toen ben ik door een raam aan de achterkant van het huis weggegaan. Ik sprong van het balkon af en keek nog een keer naar boven. Ik begon te rennen tot dat ik bij mijn huisarts aan kwam. Daar aangekomen ben heb ik alles verteld aan mijn huisarts. Ik moest met een maatschappelijk werkster mee. En aan haar heb ik ook alles verteld. En daarna moest ik naar het ziekenhuis gaan want ik had heel erg last van mijn pols en mijn voet en het bleek dat mijn voet was gekneusd en mijn pols gebroken. Eenmaal in de kamer kwamen er 2 politieagenten en die hebben me naar een opvangadres gebracht. Dat was tijdelijk omdat ik daar misschien herkend zou worden. Daarna kon ik naar een echt geheim adres. Toen ik er kwam vroeg ik is dit een opvanghuis? Ja, dit is het opvanghuis.
6 maanden later.
Nou, ik zit hier al 6 maanden, ja, het is inderdaad lang. Ik heb heel wat meiden zien gaan en komen. Het zijn meiden met de zelfde problemen.
Ik voel me hier heel veilig en ik heb het ook heel erg naar mijn zin hier in de opvang. Ik voel me thuis!'